De juiste instellingen op je camera kiezen

16/06/2011

De kwaliteit van een foto hangt niet af van de technische aspecten. Het gaat om veel meer dan dat: het moment, de pose, de compositie, en andere inhoudelijke kwaliteiten. Maar hoewel je de techniek voor een groot stuk kan overlaten aan je camera, is het in een aantal gevallen toch interessant om zelf je instellingen te bepalen.

Portretprogramma

Meestal bootst dit onderwerpsprogramma in standaardsituaties de keuzes van een ervaren fotograaf goed na. Je kan er in veel situaties dus zonder al te veel problemen gebruik van maken. In het portretprogramma kiest de camera voor groot diafragma (laag f-getal). Dat geeft een beperkte scherptediepte, waardoor de achtergrond onscherp wordt gehouden. Hoe verder de achtergrond achter het onderwerp ligt, en hoe groter het onderwerp in beeld wordt genomen, des te onscherper wordt de achtergrond.

Full auto (P stand)

Een camera kan, met een geavanceerd lichtmeetsysteem en de sensoren van de automatische scherpstelling, informatie verzamelen over de situatie voor de camera. Waar het onderwerp zich bevindt (het punt van scherpstelling), of het onderwerp beweeglijk is, of het zich verplaatst. Of er veel licht is of juist weinig, en of er een hoog of een laag contrast is. Uit het objectief haalt de camera eveneens informatie (beeldhoek, opnameafstand). De witbalans geeft informatie over de opnamesituatie. Door deze gegevens te vergelijken met een database met standaardsituaties kun je in de volautomatische stand instellingen verwachten die een goede fotograaf waarschijnlijk ook zou kiezen.

Semi auto (A of S stand)

Hier heb je voor een stuk de zaken zelf in de hand. De camera zal echter nog een aantal instellingen zelf regelen.

Bij de A stand ga je zelf diafragmaopening kiezen en de camera zal automatisch de juiste sluitertijd berekenen rekening houdend met de gekozen lichtmeting, ISO waarde, en het aanwezige licht. Deze stand is belangrijk als je een bepaalde scherpte-diepte wil verkrijgen.

Bij de S stand ga je omgekeerd te werk. Hier ga je zelf de sluitertijd kiezen, en de camera zal automatisch de gepaste diafragmaopening kiezen.

Onderwerp

Door zelf een onderwerpsstand in te stellen, heeft de camera nog meer informatie om de juiste instellingen toe te passen. Je kunt bovendien altijd afdrukken, dus ook als de scherpstelling nog niet is voltooid, zodat je geen moment mist. Verder kiest de camera een zo kort mogelijke sluitertijd en zal de belichting in sterke mate worden afgestemd op het punt van scherpstelling en minder op de achtergrond.

Landschapsprogramma

Het landschapsprogramma kiest een zo klein mogelijk diafragma, om zoveel mogelijk scherptediepte te krijgen, liefs van voor- tot achtergrond. De sluitertijd wordt hier dan automatisch aan aangepast. Meestal wordt er in het landschapsprogramma ook automatisch het raster geactiveerd, zodat er een juiste compositie kan gerealiseerd worden.

M stand

Bij de M-stand regel je zelf diafragma en sluitertijd. Je kijkt daarbij naar de lichtmeteraanduiding in de zoeker. Zorg ervoor dat de index op 0 staat, dan heb je de juiste belichting, volgens het belichtingssysteem van de camera, weliswaar. Dat geeft echter niet altijd het mooiste resultaat.

Waarom met de M stand werken op je reflexcamera? Je leest het hier.

Labels: , , , ,

Categorieën: Je camera, Tips&Tricks

 
Meld je aan om te stemmen!